arrow_rightarrow_righticon_excelicon_pficon_ppticon_wordmagnifier

Woensdag 1 juni

Let op* Het programma van 2021 wordt meegenomen naar 2022 en is nog onder voorbehoud. Er kunnen wijzigingen plaatsvinden. De inschrijving voor nieuwe deelnemers opent op korte termijn. Gelieve hiervoor de website en nieuwsbrieven in de gaten te houden.

woensdag 01 jun

V&VN Oncologiedagen || dag 2

07:30

Ontvangst en registratie deelnemers ontbijtmeetings

Inclusief ontbijtbuffet

Ontbijtmeeting III: Het belang van een volledig patiëntprofiel in de behandeling van patiënten met PARP-remmers

Deze ontbijtmeeting wordt vormgegeven en mede mogelijk gemaakt door AstraZeneca BV. Deelname is inclusief ontbijt

08:00

Opening ontbijtmeeting

Jan Ouwerkerk, research coördinator oncologie, LUMC, Leiden

Dankzij gerichte therapieën kunnen steeds meer verschillende vormen van kanker behandeld worden. PARP-remmers zijn een van de klasse geneesmiddelen die worden ingezet bij meerdere soorten van kanker: pancreas-, prostaat-, ovarium- en borstkanker. Om de overleving te kunnen verbeteren en binnen alle indicaties patiënten zo goed mogelijk te kunnen behandelen, is goede medicatie alleen niet voldoende. Snelle en gedegen diagnostiek is cruciaal, niet alleen voor het bepalen van de behandelstrategie, maar ook vanuit erfelijkheidsperspectief. In deze ontbijtsessie delen experts aan de hand van PARP-remmers wat het belang is van goede diagnostiek in zowel het kader van behandeling als op het gebied van erfelijkheid en hoe patiënten met verschillende vormen van kanker optimaal kunnen worden ondersteund op, tijdens en na hun behandeling met PARP remmers.

Deze ontbijtmeeting wordt vormgegeven en mede mogelijk gemaakt door AsteraZeneca. Deelname is inclusief ontbijt

08:05

Parp remmers: wat is het indicatie gebied voor deze doelgerichte therapieën

Martin Rijlaarsdam, internist-oncoloog, NKI-AVL, Amsterdam

PARP remmers zijn een van de doelgerichte therapieën die voor meerdere vormen van kanker kunnen worden ingezet: pancreas-, prostaat-, ovarium- en borstkanker. Dit betekent dat met een doelgericht middel meerdere vormen van kanker kunnen worden behandeld. Wat zijn de overeenkomsten in de behandeling van verschillenden patiënten, en waar liggen verschillen? En hoe zorg je er voor dat al deze patiënten optimaal worden ondersteund, voorafgaand, tijdens en na de behandeling met een PARP remmer?

Martin Rijlaarsdam

Martin Rijlaarsdam

internist-oncoloog, NKI-AVL, Amsterdam

08:35

Tumor First: DNA-onderzoek in tumor niet alleen van belang voor therapiekeuze (PARP-i)

Conny van der Meer, Verpleegkundig specialist Klinische Genetica, Erasmus MC, Rotterdam

De rol van diagnostiek en erfelijkheid speelt bij steeds meer vormen van kanker een belangrijke rol. Welke methodieken zijn er op dit moment beschikbaar ten aanzien van diagnostiek en erfelijkheid en op basis van welke factoren wordt bepaald welke test wordt ingezet om (1) een zo volledig mogelijk inzicht te krijgen in het profiel van de patiënt en de juiste behandeling te kunnen initiëren en (2) inzicht te krijgen rondom een mogelijke erfelijkheidsprofiel van patiënten met verschillende vormen van kanker.

Conny van der meer

Conny van der Meer

Verpleegkundig specialist Klinische Genetica, Erasmus MC, Rotterdam

09:05

Stellingen/Quiz

09:25

Afsluiting

Jan Ouwerkerk, research coördinator oncologie, LUMC, Leiden

Ontbijtmeeting IV: Ehealth in de oncologie; kop zorg of top zorg?

Deze ontbijtmeeting wordt vormgegeven en mede mogelijk gemaakt door Pierre Fabre Oncology. Deelname is inclusief ontbijt.

08:00

Interactieve opening met stellingen

Ondersteuning van patiëntenzorg vanuit Pierre Fabre Oncology

Door de huidige COVID situatie is wel duidelijk geworden : online patiënten begeleiding is niet meer weg te denken uit de (oncologische) zorg. Als we terugkijken dan zijn er afgelopen jaren diverse online begeleidingsprojecten gestart; van hele succesvolle tot grijze haren varianten aan toe. Leveren zulke project nou echt gepersonaliseerde zorg, verbeterde levenskwaliteit en overleving op bij oncologiepatienten? En niet onbelangrijk: wat betekent dat voor jouw werkzaamheden als oncologisch verpleegkundig(e) specialist. Levert het nou kopzorg of topzorg op? Tijdens deze ontbijtsessie delen oa oncologisch verpleegkundigen hun ervaringen met online patiënten begeleidingsprogramma’s vanuit de praktijk. Wat waren hun ervaringen & uitdagingen, waarbij je kan denken aan minder ziekenhuisopnames, vermindering spreekuur belasting, verbetering therapietrouw en wat kun jij straks in de praktijk van deze vorm van patientenzorg verwachten?

Deze ontbijtmeeting wordt vormgegeven en mede mogelijk gemaakt door Pierre Fabre Oncology. Deelname is inclusief ontbijt.

08:15

Betere gezondheid en levenskwaliteit voor mensen met chronische aandoeningen door inzet van eHealth-oplossingen

Marcel Suderee, senior Manager Customer Projects, Sananet, Sittard

  • Overzicht chronische aandoening die via e-health worden ondersteund in Nederland (ziektebeelden & hoeveel patiënten)
  • Wat zijn uitkomsten voor patiënten en het ziekenhuis
  • Financiering/budget/samenwerking zorgverzekeraar
Marcel Suderee

Marcel Suderee

08:30

E-health ervaringen prostaatkankerzorg

Sandra Dikkes, verpleegkundig specialist AGZ oncologie, Isala ziekenhuis, Zwolle

E-health is ca 1,5 jaar deel van de prostaatkankerzorg. Wat heeft het opgeleverd voor patienten, afdeling en zichzelf? Wanneer was het bij haar kopzorg en wanneer werd het topzorg? Sandra deelt haar ervaringen, geeft tips en hoe zij de toekomst van deze zorgvorm ziet.

s-dikkes

Sandra Dikkes

09:00

Starten met ecoaching bij darmkankerpatiënten

Ivonne Schoenaker, regieverpleegkundige en verpleegkundig specialist Isala ziekenhuis, Zwolle

Als je net start met ecoaching, waar moet je op letten? Welke elementen waren bruikbaar vanuit prostaatkanker en wat is er voor darmkanker aangepast?

Ivonne Schoenaker 21-10-2021 7

Ivonne Schoenaker

09:15

Interactief panediscussie:

Stel je vragen aan Sandra, Yvonne en Marcel

09:00

Ontvangst en registratie deelnemers + opening Beursvloer

10:00

Opening

Natascha Schrama,voorzitter V&VN Oncologiedagen 2021

10:05

V&VN samen met leden op weg naar de toekomst

Drs. Manon Vanderkaa, directeur V&VN

V&VN heeft het afgelopen jaar een nieuwe start gemaakt met een nieuw bestuur, onder leiding van voorzitter Bianca Buurman, en een nieuwe directeur. In de afgelopen maanden heeft het bestuur samen met de leden de strategische agenda voor de komende jaren ontwikkeld. Waar gaan we ons samen sterk voor maken? Wat gaan we samen oppakken? Op basis van de input van leden en afdelingen zijn drie speerpunten gekozen: kennis in de praktijk, investeren in ontwikkeling & loopbaan en ruimte & zeggenschap voor de professional.

Manon Vanderkaa zal de plannen voor de komende jaren toelichten en ingaan op hoe we samen – met V&VN algemeen én de afdelingen – V&VN vormen. Hoe kunnen we elkaar versterken en samen werken aan een stevige positie van verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten?

Plenaire sessie 3: Schaamtumoren: schaamte onder de gordel

Voorzitter: Natascha Schrama

10:15

Schaamtumoren: schaamte onder de gordel

Marga Schrieks, Projectleider zeldzame kankers, NFK, Utrecht & Esther Kuyvenhoven, verpleegkundig specialist AGZ, Amsterdam UMC

Biografie Esther Kuyvenhoven
Zuid-Afrika: bachelor verpleegkundige, verloskundige, GGZ verpleegkundige, algemeen verpleegkundige, nurse practitioner in community  gezondheid. Wereldwijd: eigen bedrijf Thandeka in gespecialiseerde verpleegkundigenthuiszorg vanuit Londen en New York in 84 verschillende landen.

Nederland: OLVG: MDL/interne geneeskundige verpleegkundig specialist i.o. bekkenbodemzorg en overgangsklachten gynaecologie. Amsterdam UMC: verpleegkundig specialist algemene gezondheid – hoogresolutie – anoscopist – internationaal bestuurslid van international anal neoplasia society (IANS met speciale attentie voor Europa – bestuurslid verpleegkundig specialisten – redactieraad verpleegkundigen – werkgroep – functiewaardering verpleegkundig specialisten – promovenda.

Esther Kuyvenhoven,

Esther Kuyvenhoven

11:00

Pauze

Plenaire sessie 4: Taboes

Voorzitter: Natascha Schrama

11:30

Hoe bereid je je voor op het sterven van een geliefde?

Frederieke Weeda, verslaggever NRC, auteur van het boek 'Draai niet om de dood heen'

174-Weeda-Frederiek

Frederieke Weeda

11:50

Hoe maak je van een punt een komma?

Michel, directeur MijnLeerlijn & Co-founder en voorzitter Stichting Komma & Brian de Hond, directeur stichting Komma

Samenvatting
Toen Jasmin de Hond in 1980 op 30-jarige leeftijd te horen kreeg dat ze zou komen te overlijden, liet zij aan haar twee jonge kinderen Marc (3) en Michel (1) een geluidsbandje na, op deze manier gaf ze haar kinderen het cadeau haar aanwezigheid te kunnen blijven voelen.

40 jaar later herhaalde de geschiedenis zich voor haar oudste zoon Marc de Hond. Ook hij kreeg te horen dat hij zijn twee jonge kinderen Livia (3) en James (1) niet zou zien opgroeien. Marc besloot het geluidsbandje van zijn moeder een modernere twist te geven. Dit deed hij op verschillende manieren,
onder andere door zich op beeld te laten interviewen over zijn leven en kaarten te schrijven voor speciale momenten in het leven van Livia en James.
Dit bracht zijn broers Michel en Brian op het idee om ter nagedachtenis van Jasmin en Marc Stichting Komma in het leven te roepen.

Er komt vaak al zo veel kijken bij de primaire zorg van een uitbehandelde ouder, dat het heel logisch is dat iets blijvends achterlaten voor de kinderen erbij inschiet. Precies daarmee helpt Stichting Komma.

Inmiddels heeft Stichting Komma al meer dan 150 terminale ouders van jonge kinderen mogen helpen bij het nalaten van een blijvende herinnering.

Biografie brian
Brian studeerde bedrijfskunde en economie aan de UVA, maar besloot na enkele omzwervingen in de commerciële sector, samen met zijn broer Michel vorig jaar Stichting Komma op te richten ter nagedachtenis aan Marc en Jasmin de Hond

Biografie Michel
Directeur MijnLeerlijn & Co-founder en Voorzitter Stichting Komma

177-de_Hond-Brian

Brian de Hond

182-de_Hond-Michel

Michel de Hond

12:15

Uitreiking Award of Excellence Oncology Nursing & Poster prijs uitreiking

12:30

Lunchpauze

Lunchmeeting II: Immunotherapie: stand van zaken anno 2021

Deze Lunchmeeting wordt vormgegeven door de Themawerkgroep Immuno/Doelgerichte therapie en mede mogelijk gemaakt door BMS. Deelname is inclusief lunch

12:45

Opening lunchmeeting

Janneke van der Stap, verpleegkundig specialist, UMC Utrecht, Utrecht

Immuuntherapie is niet meer weg te denken in de behandeling van kanker en heeft bij verschillende tumorsoorten een plek gekregen in de standaard behandeling.

Dit geldt zowel voor de behandeling van gemetastaseerde ziekte als voor behandeling in de adjuvante behandeling. Klinische trials zijn gaande betreffende de toepassingen in de neo-adjuvante setting en de eerste resultaten zijn hoopvol dat hier ook een plaats is voor immuuntherapie.

Inmiddels zijn er naast de combinatie immuuntherapie en de monotherapieën met anti-PD1 tevens registraties verkregen voor de combinatie van immuuntherapie met andere behandelingen zoals die met tyrosinekinaseremmers bij niercelcarcinoom en die met radiotherapie bij het longcarcinoom.

Tijdens deze lunchsessie wordt er ingegaan op de diverse indicaties voor immuuntherapie. Zowel de nieuwe combinaties bij niercelcarcinoom en longcarcinoom als ook de adjuvante behandelingen bij longcarcinoom en melanoom komen aan bod. Bijwerkingen en management van immuun gerelateerde bijwerkingen en bijwerkingen van combinatiebehandelingen worden besproken, onder andere door casuïstiek.

Inmiddels is er ook meer onderzoek gedaan bij het melanoom naar patiënt gerapporteerde klachten en kwaliteit van leven tijdens immuuntherapie (anti PD-1) en zijn er meer data bekend, onder andere door het gebruik van het Utrecht Symptomen Dagboek (USD). Tijdens deze sessie worden deze onderzoeksgegevens besproken en de implicaties voor de zorg voor patiënten met immuuntherapie komen hierbij aan bod.

Deze Lunchmeeting wordt vormgegeven door de Themawerkgroep Immuno/Doelgerichte therapie en mede mogelijk gemaakt door BMS. Deelname is inclusief lunch. 

0003web Janneke vd Stap

Janneke van der Stap

12:50

Immuuntherapie, bijwerkingen en bijwerkingenmanagement

Chantal Roth, verpleegkundig specialist, Tergooi ziekenhuis, Hilversum

1631091993009 Chantal Roth

Chantal Roth

13:20

Patiënt-gerapporteerde symptomen tijdens immuuntherapie

José Koldenhof, verpleegkundig specialist, UMC Utrecht, Utrecht

Jose Koldenhof-4_Outlook

José Koldenhof

13:40

Casuïstiek

Janneke van der Stap, verpleegkundig specialist, UMC Utrecht, Utrecht

14:00

Terugkoppeling, vragen en discussie

14:15

Afsluiting

Janneke van der Stap, verpleegkundig specialist, UMC Utrecht, Utrecht

Poster Pitch sessie 2

Voorzitter: Eelke Lemmens

13:00

PP05 Frequently missed care needs in oncology units reported by nursing staff and patients: A systematic review of cross-sectional studies

Christien Beiboer, oncologieverpleegkundige en verplegings wetenschapper i.o., Medisch Centrum Leeuwarden

Background: Missed care needs in oncology settings are defined as omitting or delaying all or part of the required care for patients. Both nurses and patients experience missed care needs in health care. Recently, missed care has been considered as an important factor that influences the quality of nursing care.
Better identification of this could be a good reference in the development of new targeted services and new intervention protocols to improve the quality of patient care. Therefore, the aim was to systematically review the literature on most frequently missed care needs in adult patients in oncology units, reported by nursing staff and oncology patients.

Methods: A search of the literature was conducted in February 2020 using PubMed, CINAHL and EMBASE. This identified 350 articles, of which five cross-sectional studies were included for the review. Quality appraisal was based on the AXIS checklist for cross-sectional studies. The PRISMA statement for reporting systematic reviews was followed.

Results: Nursing staff reported the most frequently missed care needs in the dimension of interventions for basic care: ambulation, turning patients, mouth care and toilet care. The most frequently missed care needs reported by patients were spread across a range of domains: information, relational aspects and dialogue with professionals.
Conclusion: The most frequently missed care needs in oncology units differ between nursing staff and patients. The findings call for investigating reasons for missed care needs, education and creating awareness among nursing staff, and assessment of the care needs of each individual patient.
Implications of key findings: The findings of this review could be used in the development of interventions for reducing the most frequently missed care needs among nursing staff and patients in oncology units. Further research is needed for implementing effective interventions to improve the quality of care for oncology patients and strengthening nursing care.

13:05

PP06 Niemand meer in de kou door de regionale Wegwijzer bij Kanker

Conny Molenkamp, verpleegkundig specialist Palliatieve Zorg/Oncologie 1e Lijn, Evean Thuiszorg, Noord-Holland

Introductie
Naast medische aspecten heeft de diagnose en behandeling voor kanker vaak ook een sterke impact op bijvoorbeeld werk, relaties en mentale gesteldheid.
Velen valt het zwaar om tijdens of na kanker de draad van het leven op te pakken vanuit een veranderd perspectief.
Tijdens diagnose en behandeling is er vaak veel liefdevolle zorg door artsen en (wijk)verpleegkundigen en troostende aandacht van vrienden en familie.
Als de storm wat gaat liggen is er steeds minder zorg en aandacht, zowel van zorgverleners als van het eigen netwerk. Veel mensen voelen zich daardoor in de kou staan. Dit geldt zowel voor mensen in een curatief als een palliatief traject.
Toch is er veel nazorg en ondersteuning beschikbaar, maar dat bereikt de mensen blijkbaar onvoldoende en niet op tijd. Ook veel cliënten van Huis aan het Water, een oncologisch nazorgcentrum in Katwoude, even ten noorden van Amsterdam, gaven aan dat zij pas laat hoorden over de mogelijkheid van goede nazorg tijdens of na kanker.
Dit was de aanleiding voor Huis aan het Water om met subsidie van ZonMw vanuit het programma “Juiste Zorg op de Juiste plek” in 2019 een project te starten in de regio Zaanstreek-Waterland.

Doel
Door goed samen te werken in de regio en actief een overzichtelijk aanbod van nazorg te bieden, kunnen mensen vinden wat ze nodig hebben om verder te kunnen met kwaliteit van leven na de diagnose kanker.
Dit is op te vatten als secundaire preventie, omdat je door het bieden van goede nazorg voorkomt dat mensen later terugvallen en dure acute zorg nodig hebben.

Methode
Het project is opgezet aan de hand van het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Bovendien is het domeinoverstijgend opgepakt: allerlei regionale spelers uit de formele zorg, de informele zorg en het sociale domein zijn erbij betrokken.
In werkconferenties werd gewerkt aan onderlinge kennismaking en probleemanalyse.
In werkgroepen werden oplossingen uitgewerkt.
Regionale communicatie is gedaan via het podcastkanaal ‘Over Kanker Gesproken’ en een symbolische regionale busreis op Wereldkankerdag 2020 en een Live uitzending over nazorg in 2021.

Resultaten
Als tussentijdse resultaten gelden de toegenomen onderlinge bekendheid en een breed draagvlak om een vernieuwing in de regio in te voeren: een Wegwijzer bij Kanker.
Dat wordt een website met een helpdesk die dag en nacht bereikbaar is.
Mensen kunnen daardoor altijd ergens terecht met hun vragen. Ze worden persoonlijk geholpen dat te vinden wat ze nodig hebben en staan daardoor niet meer in de kou.

13:10

PP07 Pilot ontbijtbuffet op oncologische en gastro-intestinale chirurgie afdeling voor vroege mobilisatie en hogere voedingsinname

Selma Musters, PhD student, Amsterdam UMC

Achtergrond:
Vroeg herstarten van normale intake en mobilisatie verbeteren het postoperatieve herstel. Echter één op de zes chirurgische patiënten is ondervoed gedurende de ziekenhuisopname en ongeveer de helft van de patiënten eet 50% of minder van het aangeboden eten.

Doel onderzoek:
In deze pilot hebben we de impact van een nieuw geïntroduceerd ontbijtbuffet op twee afdelingen voor gastro-intestinale oncologische chirurgie op eiwit- en energie-inname onderzocht.

Methode:
Patiënten (≥ 18 jaar) werden tijdens de ziekenhuisopname uitgenodigd om te ontbijten in een aangename buffetruimte. Patiënten konden ook hun ontbijt geserveerd krijgen op bed. De pilot bestond daarom uit één groep patiënten die in meer of mindere mate gebruik heeft gemaakt van het ontbijtbuffet. Verschillende producten zoals warme crêpes, gekookte eieren en een yoghurt bar werden naast het standaard menu extra aangeboden op het buffet. Om de buffetruimtes aantrekkelijk te maken, werden de ruimtes ingericht met nieuwe stoelen, tafels voor twee en decoratie items. Primaire uitkomsten waren eiwit- en energie-inname gedurende het ontbijt. Patiënten werden gevraagd om in een dagboek de voedingsinname van het ontbijt te noteren tot maximaal zeven dagen na de opnamedag. Prognostische variabelen werden verzameld middels patiënten dossiers en werden gebruikt voor multivariabele lineaire regressie analyses.

Resultaten:
In totaal zijn 77 patiënten geïncludeerd waarvan 57% oncologische patiënten. Per patiënt was het mediane gebruik van het ontbijtbuffet gedurende de follow-up periode 50% (IQR 0 – 83). Gemiddelde eiwit-inname was 14.7 gram (SD 8.4) en gemiddelde energie-inname was 332.3 kilocalorieën (SD 156.9). Voorspellers voor een hogere eiwit-inname waren het gebruik van het ontbijtbuffet (β=0.06, p=0.01) en lichaamsgewicht (β=0.13, p=0.01). Voor energie-inname waren het gebruik van het ontbijtbuffet (β= 1.00, p=0.02) en Delirium Observation Scale (DOS) (β = -246.29, p=0.02) voorspellers voor hogere energie-inname.

Conclusie:
In deze pilot cohort studie kunnen we voorzichtig concluderen dat het gebruik van het ontbijtbuffet significant bijdraagt aan hogere eiwit- en energie-inname in patiënten.

Aanbevelingen/klinische relevantie:
Het gebruik van het ontbijtbuffet bij gastro-intestinale (oncologische) patiënten blijkt een goede aanpak te zijn om voedingsinname te verbeteren.

13:15

PP08 Interventies van invloed op de psychosociale last bij zorgvragers met prostaatkanker tijdens Actief Volgen

Kim Donachie, onderzoeker, Hogeschool Van Arnhem en Nijmegen

RATIONALE: Een groot deel van de mannen met prostaatkanker wordt gediagnosticeerd met een laag risico prostaatkanker. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat chirurgische of radiotherapeutische behandeling van laag risico prostaatkanker veel nadelen heeft. Actief monitoren en ingrijpen bij progressie is een kosteneffectief alternatief waarmee complicaties als incontinentie en erectiele dysfunctie vermeden kunnen worden. Leven met onbehandelde kanker veroorzaakt bij een deel van de zorgvragers psychosociale problemen. Verpleegkundigen en artsen bieden op dit moment onvoldoende psychosociale ondersteuning aan mannen met prostaatkanker tijdens een actief volgen beleid. DOEL: Het doel van dit onderzoek is om interventies te identificeren die angst, onzekerheid en stress bij mannen met prostaatkanker tijdens het actief afwachten kunnen verminderen. METHODE: Een uitgebreide scoping review in 6 wetenschappelijke databanken heeft geleid tot 2808 artikelen. Na het screenen van deze artikelen zijn de in- en exclusiecriteria op 417 artikelen toegepast. 12 Artikelen voldeden aan de gestelde criteria en zijn meegenomen in deze review. De kwaliteit van deze artikelen is bepaald met behulp van beoordelingsinstrumenten voor de methodologische kwaliteit. RESULTATEN: De zoekactie heeft geleid tot inclusie van 9 kwantitatieve en 1 kwalitatieve studie en 2 reviews. De studies hadden een matig tot goede kwaliteit. De interventies uit de literatuur zijn onderverdeeld in 3 categorieën: informatie en voorlichting, coping en psychosociale ondersteuning, leefstijl. Uit de resultaten van het onderzoek wordt duidelijk dat een eenmalige informatie en voorlichtingsbijeenkomst over prostaatkanker en -behandelingen, prognose, mortaliteit en morbititeit, dieet en leefstijl leidt tot minder stress en toegenomen compliantie. Het is daarbij wel belangrijk dat de informatie afgestemd wordt op het niveau van de zorgvrager, consistent en betrouwbaar is. Ten aanzien van coping en psychosociale ondersteuning komt duidelijk naar voren dat sociale ondersteuning door partners, lotgenoten, vrienden en familie de compliantie kan bevorderen. Een positieve attitude kan gevoelens van stress en onzekerheid verminderen. Cognitieve gedragstherapie, in het specifiek cognitieve reframing, kan hierbij behulpzaam zijn. De ‘ik doe iets extra’s’ copingstrategie lijkt bij te dragen aan effectieve coping en compliantie. Leefstijlaanpassingen zoals beweging, dieet en voedingssupplementen lijken de kwaliteit van leven direct positief te beinvloeden maar lijken mannen ook een belangrijke mogelijkheid tot zelfmanagement te bieden. CONCLUSIE: Specifieke informatie en voorlichting, een positieve attitude, sociale ondersteuning, cognitieve gedragstherapie en het bevorderen van leefstijlaanpassingen zoals beweging, dieet en ontspanningsoefeningen dragen bij aan een verminderde psychosociale last tijdens het actief volgen beleid bij prostaatkanker. AANBEVELING: De ontwikkeling van een ondersteuningsprogramma voor mannen tijdens actief volgen is van groot belang om ondersteuning te bieden in het omgaan met gevoelens van angst, onzekerheid en stress als gevolg van een actief volgen beleid en leven met onbehandelde kanker. LITERATUUR: Literatuurlijst wordt apart aangeleverd.

parallel ronde 4

Van 13:30 uur tot 14:30 uur vindt parallel ronde 1 plaats. U kunt tijdens deze ronde uit de onderstaande sessies kiezen

4.1 Begeleiding van naasten

Voorzitter: Rixt Bode

13:30

4.1.1 Familie- en netwerkparticipatie

Yvonne de Jong, senior adviseur familie- en netwerkparticipatie, Vilans, Utrecht

Samenvatting
Het aantal mensen met gevorderde kanker neemt toe, maar hun prognose verbetert door nieuwe behandelmogelijkheden. Door deze ontwikkeling neemt ook het aantal naasten dat zorg draagt voor deze patiënten toe. Zorgen voor een naaste met kanker heeft veel mooie kanten: het kan voldoening geven en de band met de ander versterken. Maar het kan ook  fysiek en psychisch belastend zijn. De confrontatie met kanker leidt vaak tot veel vragen, verdriet en gevoelens van onmacht en angst. Mantelzorgers hebben behoefte aan begeleiding, voorlichting, advies en ondersteuning in de zorg voor hun naaste met kanker.

In deze sessie krijg je handvatten voor het gelijkwaardig samenwerken met mantelzorgers van je patiënten/cliënten. En tips voor mantelzorgondersteuning.

4.2 Fast Track bij CRC

Voorzitter: Patrick de Vries

13:30

4.2.1 Transanale minimaal invasieve rectum chirurgie

Dr. Wytze Laméris, chirurg, Amsterdam UMC

Biografie
Naam: Wytze Laméris
Geboren: Rotterdam, 1983
Opleiding Geneeskunde en PhD Universiteit van Amsterdam.
Opgeleid tot chirurg in het Spaarne Ziekenhuis en Academisch Medisch centrum. Sinds 1 september werkzaam als colorectaal chirurg in het Amsterdam UMC.

179-Laméris-Wytze

Wytze Laméris

14:00

4.2.2 Endoscopische diagnostiek en behandeling T1 CRC

Dr. Barbara Bastiaansen, MDL arts, Amsterdam UMC

Samenvatting
Door de succesvolle implementatie van het bevolkingsonderzoek naar dikke darmkanker in 2014 in Nl is er een duidelijke verschuiving zichtbaar naar detectie van darmkanker in een vroeg stadium . Momenteel is ongeveer 40% van alle gevonden carcinomen binnen het bevolkingsonderzoek een T1 carcinoom. Omdat het risico op lymfkliermetastasen bij deze vroege vorm van darmkanker in het algemeen laag is (gemiddeld 8%), valt dus een groot deel van deze carcinomen door ze radicaal lokaal te verwijderen, zonder oncologische operatie, te genezen. In deze presentatie neem ik u graag mee in de huidige mogelijkheden (en beperkingen) van bestaande en nieuwe minimaal invasieve endoscopische mogelijkheden voor de diagnose en behandeling van vroegcarcinomen.


Biografie

Barbara Bastiaansen werkt sinds 2011 als MDL-arts in AmsterdamUMC, alwaar ze ook is opgeleid. Ze richt zich op geavanceerde endoscopische resectietechnieken voor vroegcarcinomen en complexe poliepen in colon zoals endoscopic submucosal dissection (ESD), endoscopic mucosal resection (EMR) and endoscopic full thickness resection (eFTR).Ze coordineert de Nederlandse eFTR studiegroep en registratie.
Als interventie endoscopist voert ze endoscopische per-orale myotomie (POEM), endoscopische echografie (EUS) en endoscopische retrograde cholangio- en pancreaticografie (ERCP) uit. Ze is betrokken bij de polikliniek Erfelijke Darmtumoren op lokatie AMC.

167-Bastiaansen-Barbara

Barbara Bastiaansen

4.3 In gesprek met V&VN Oncologie

Voorzitter: t.b.c.

13:30

In gesprek met V&VN Oncologie

Anne Boerboom, voorzitter V&VN Oncologie & Lisette Bruijnis - bestuurslid V&VN Oncologie

Het bestuur van V&VN Oncologie gaat graag met jou in gesprek over de ontwikkelingen binnen het oncologische zorglandschap. Hierbij kun jij aangeven wat voor jou belangrijk is, maar ook wat V&VN Oncologie voor jou kan doen. Daarnaast is het ook mogelijk om samen met het bestuur van V&VN Oncologie te kijken wat jij kan doen voor onze beroepsvereniging.

Biografie Lisette Bruijnis
ik werk al 13 jaar in het OLVG, begonnen als algemeen verpleegkundige en in 2012 de oncologieopleiding gedaan en in 2016 de hematologieopleiding.
ik werk op kliniek, dagbehandeling, thuistoediening en polikliniek en ben sinds begin 2020 bestuurslid bij V&VN.

524-Bruijnis-Lisette

Lisette Bruijnis

4.4 Late effecten na kanker

Voorzitter: Natascha Schrama

13:30

4.4.1 Leven met de gevolgen van kanker

Herma Vermeulen, verpleegkundig specialist, Prinses Maxima Medisch Centrum, Utrecht & Dr. Laurien Daniels , coordinator BETER programma / radiotherapeut , Amsterdam UMC

Biografie
Laurien Daniels werkt als radiotherapeut-oncoloog in het Amsterdam UMC met als aandachtsgebied Urologische en Hematologische tumoren. Zij heeft veel affiniteit met het onderwerp late effecten na behandeling van kanker en is hier ook op gepromoveerd. Zij werkt tevens als arts op de BETER polikliniek van het AUMC (lokatie AMC)

184-Daniels-Laurien

Laurien Daniels

4.5 Open abstracts

Voorzitter: Janneke Verloop

13:30

4.5.1 Oncologische nazorg in de huisartspraktijk: Een POH Oncologie

Mary Groeneveld, verpleegkundig specialist AGZ, Stichting OOK

Oncologische nazorg in de huisartspraktijk: Een POH Oncologie
Doordat de ziekte kanker in een steeds vroeger stadium ontdekt kan worden en er effectievere behandelingen zijn stijgen de overlevingskansen en wordt kanker tegelijkertijd steeds vaker een chronische aandoening. De primaire focus ligt in de fase van diagnose en behandeling, begrijpelijk, op het behandelen en genezen. Uit onderzoek van KWF (KWF, 2016) blijkt dat patiënten, veel effecten ervaren van de ziekte en behandeling op het dagelijks leven, tijdens maar ook na deze fasen.
Oncologische zorg wordt in de eerstelijn niet gestructureerd aangeboden. Wij werken als verpleegkundige, casemanager en verpleegkundig specialist in de huisartspraktijk en misten een protocol voor het werken met oncologie patiënten. Patiënten gaven aan de huisartspraktijk te missen tijdens hun behandeltraject. Wij misten het zicht op de patiënt tijdens het behandeltraject, vooral als zij daarna in de palliatieve fase weer in de huisartspraktijk terug kwamen. Om daar verandering in aan te brengen hebben wij de krachten gebundeld. Onder de naam “De Koplopers” zijn we een project gestart om ondersteuning bij kanker vanuit de huisartspraktijk vorm te geven.
Wij denken dat een rol binnen de huisartspraktijk moet worden gecreëerd om goede ondersteuning aan mensen met kanker te garanderen. Een praktijkondersteuner met als aandachtgebied oncologie, een POH Oncologie.
Een POH Oncologie ontlast niet alleen de huisarts maar verbetert tevens de kwaliteit van de eerstelijnszorg door meer tijd te besteden aan de patiënt. Het gaat om proactieve zorg, om de “Juiste Zorg op de Juiste Plek”, maar vooral ook op het juiste moment en met voldoende tijd.
Wat is kenmerkend voor een POH Oncologie?
• De POH-Oncologie werkt in de huisartsenpraktijk en heeft een verpleegkundige opleiding of een paramedische opleiding op HBO niveau, gespecialiseerd in oncologische zorg.
• Zij wordt aangestuurd door de huisarts en heeft toegang tot het patiëntdossier. Zij werkt zelfstandig binnen teamverband.
• Zij is geschoold in het effect van ziekte en behandeling op het dagelijks leven van patiënten en naasten en het bespreken hiervan.
• Zij benadert de patiënt proactief vanaf het moment van de diagnose en bespreekt op het juiste moment met de patiënt hoe deze te begeleiden en te vervolgen (time-out gesprek). Dit is bij uitstek maatwerk.
• Zij is binnen de praktijk hét aanspreekpunt voor de patiënt met kanker en coördineert de eerstelijns zorg om de patiënt.
• Zij legt waar nodig de verbinding met de 2e lijn, maar ook met de 0e lijn.
• Zij draagt bij aan de Advanced Care Planning. En zij begeleidt mede de patiënt ook in de stervensfase.
In onze eigen werkomgeving proberen wij vorm te geven aan deze rol en zijn pilots gestart.
Wij hebben voor anderen, die net als wij ondersteuning aan mensen met kanker binnen de huisartspraktijk vorm willen geven, een TOOLBOX ontwikkeld. De TOOLBOX biedt een leidraad om de rol van POH Oncologie op gestructureerde wijze te implementeren in de eigen praktijk. Dankzij een bijdrage vanuit KWF Samenloop voor Hoop is deze toolbox voor geïnteresseerden vrij verkrijgbaar via www.stichting-ook.nl.

13:45

4.5.2 Thuisconsulten Specialistische Palliatieve Zorg door consulenten van het intramurale palliatieve team: een beschrijvende studie naar de ervaringen van patiënt, naasten en de huisarts

Ellen de Nijs, verpleegkundig specialist/onderzoeker, LUMC, Leiden

Achtergrond
Patiënten met een gevorderde ziekte komen aan het eind van hun leven nog regelmatig op de spoedeisende hulp (SEH), wat vaak leidt tot een overlijden in het ziekenhuis (1). Om deze SEH bezoeken te voorkomen en ervoor te zorgen dat ‘patiënten de juiste zorg op de juiste plek krijgen’, zijn onze ziekenhuis Consultteams Palliatieve Zorg (CPZ) begonnen met consultatie bij patiënten thuis. Doel van deze thuisconsulten is om huisartsen en wijkverpleegkundigen te steunen bij proactieve multidimensionele symptoommanagement en bij het ondersteunen van patiënt en naasten.

Doel
Het evalueren van de thuisconsulten specialistische palliatieve zorg.

Methode
Het is een prospectieve beschrijvende studie waarbij alle patiënten, waarvoor de huisarts een thuisconsult heeft aangevraagd, geïncludeerd zijn. Hierbij zijn gegevens over de patiënt- en ziektekenmerken, de kenmerken van het thuisconsult en de ervaringen met het thuisconsult van de patiënt, naasten, huisarts en consulenten verzameld en geanalyseerd.

Resultaten
Van september 2018 tot en met december 2020 zijn er 45 patiënten door huisartsen verwezen voor een thuisconsult, 27 vrouwen (60%), gemiddelde leeftijd was 69 jaar (range 34-95 jaar), 36 patiënten (80%) hadden gevorderde kanker. Onderwerpen die tijdens het consult het meest aanbod kwamen waren coping van de patiënt (51%), pijn (51%), organisatie van zorg (40%) en obstipatie (36%). Voor alle patiënten is er een proactief zorgplan gemaakt. Patiënten gaven het thuisconsult gemiddeld een 9.0 (schaal van 0-10). Ze waardeerden met name de rustige benadering van de consulent, de ruimte om aspecten rondom het levenseinde te bespreken, de voorlichting die werd gegeven over het ziektetraject en de symptomen en de verbeterde relatie van de patiënt met de huisarts. Van de huisartsen gaf 93% aan zich ondersteund te voelen door het thuisconsult, 87% zou in een gelijkwaardige situatie opnieuw een thuisconsult aanvragen, 71% benoemt nieuwe kennis opgedaan te hebben. Consulenten (95%) benoemden dat de thuisconsulten de samenwerking tussen de 1e en 2e lijn heeft verbeterd en toenemend proactief aanvragen van een consult door huisartsen om crisissituaties thuis te voorkomen. Hierdoor is in maar 46% van de consulten een ziekenhuisopname voorkomen. Tijdens de studieperiode zijn 40 patiënten (90%) overleden, waarvan één in het ziekenhuis. Mediaan van de tijd van thuisconsult tot overlijden was 20 dagen.

Conclusie
Het thuisconsult specialistische palliatieve zorg is succesvol in het voorkomen van niet wenselijke ziekenhuisopnames bij een crisissituatie thuis. Het is tevens waardevol bij het voorkomen van een crisissituatie. Het draagt bij aan sterven op de plek van voorkeur met kwalitatief goede palliatieve zorg.

Literatuur
1. Mary-Joanne Verhoef, et al (2019) Palliative care needs of advanced cancer patients in the emergency department at the end of life: an observational cohort study. Supportive Care in Cancer 2020 Mar;28(3):1097-1107.
Aanbevelingen/klinische relevantie
Het Thuisconsult Specialistische Palliatieve Zorg was 1 van de ‘leertuinen’ binnen het landelijke project TrAnsmurale PAlliatieve zorg met passende beko$tiging (TAPAS). Inmiddels is bekostiging van een thuisconsult door een specialist in de palliatieve zorg onder specifieke voorwaarden mogelijk.

14:00

4.5.3 Het individuele nazorgplan voor de oncologiepatiënt in de praktijk

Gabriëlla de Boer-Betten, verpleegkundig specialist, Haaglanden Medisch Centrum, Leidschendam/Den Haag

Onderwerp
Het individuele nazorgplan voor de oncologiepatiënt in de praktijk.

Relatie met CanMEDS competenties
Organisatie / gezondheidsbevordering
Uit het promotieonderzoek van Jolanda Friesen blijkt dat de gevolgen die mensen ervaren na de behandeling van kanker niet altijd goed in kaart worden gebracht en dat patiënten niet altijd goed geïnformeerd zijn over nazorgmogelijkheden. Verder gaven zowel patiënten als zorgverleners aan dat het belangrijk is dat patiënten een nazorgadvies op maat krijgen.
Er is meer ruimte nodig om aan de patiënt en naaste(n) te vragen aan welke informatie zij behoefte hebben en informatievoorziening daar op af te stemmen.
Ook patiëntenvereniging Olijf stelt dat goede begeleiding en informatie op maat gedurende het hele zorgtraject – ook na de behandeling – van belang is.
Hoe vanzelfsprekend is het als zorgverlener om te vragen aan de patiënt naar de informatiebehoefte?
Van de patiënten met gynaecologische tumoren geeft ongeveer de helft aan dat korte- en langetermijngevolgen van de behandelopties niet zijn besproken. Terwijl juist met deze informatie de patiënte een bewustere keuze kan maken over de betekenis en gevolgen van de behandeling voor haar leven.
De TWG gynaecologische oncologie heeft in samenwerking met Stichting Olijf nazorgplannen op maat per tumorsoort ontwikkeld. Doel is dat deze een structureel onderdeel gaan vormen van de landelijke richtlijnen. Hiermee willen we inspelen op de individuele behoeftes van de patiënt in de verdere begeleiding en voorlichting.
De presentatie zal vooral gaan over het gebruik en de ervaringen van het individuele nazorgplan voor de oncologische gynaecologiepatiënt in de praktijk. In het Radboudumc wordt er al langere tijd gebruik gemaakt van een digitale versie van het nazorgplan in Epic. In het Haaglanden Medisch Centrum loopt een pilot met een digitale versie in HIX van het nazorgplan. Onze ervaringen hiermee willen we delen met collega’s van andere tumorwerkgroepen, om hen te inspireren ook een start te maken met het individueel nazorgplan.

Literatuur
Proefschrift Jolanda Friesen (2019): ‘How to move forward with evidence-based practice in nursing: towards a personalised approach in cancer aftercare’
https://www.gildeprint.nl/flippingbook/How%20to%20move%20forward%20with%20evidence‐based%20practice%20in%20nursing/index.html
https://medischeoncologie.nl/jaargangen/2019/3-mei/zorgplan-afstemmen-op-de-behoefte-van-de-individuele-patient.html
https://olijf.nl/nieuws/traject-nazorgplannen-bij-de-oncologiedagen
https://iknl.nl/nieuws/2018/belle-de-rooij-zorgplan-afstemmen-op-individuele-b
Journal of Cancer Survivorship
https://doi.org/10.1007/s11764-018-0713-9
https://www.oncoline.nl/herstel-na-kanker
https://shop.iknl.nl/shop/samenvattingskaart-richtlijn-herstel-na-kanker/54922

Home

14:15

4.5.4 Een leidraad voor het toedienen en bekostigen van oncolytica thuis

Conny Molenkamp, verpleegkundig specialist, palliatieve zorg/oncologie 1e lijn, Evean thuiszorg, Noord-Holland

Aanleiding
Verspreid over het land ontstaan er steeds meer initiatieven om oncolytica thuis te geven. Verpleegkundigen van gespecialiseerde teams van de thuiszorg, vanuit het ziekenhuis met de auto of de bakfiets en van gespecialiseerde bedrijven gaan naar de patient thuis om oncolytica af te koppelen of toe te dienen.
Met de toediening van oncolytica thuis kan een grote bijdrage geleverd worden aan de kwaliteit van leven van de patiënt en diens naasten. Deze nieuwe ontwikkelingen roepen echter ook vragen op bij de achterban van de V&VN Oncologie en de V&VN Technische Thuiszorg. Samengevat is de centrale vraag “hoe kunnen we de toediening van oncolytica thuis goed organiseren en de kwaliteit waarborgen?”.

Doel
De afdeling V&VN Oncologie en de vakgroep V&VN Technische Thuiszorg hebben de signalen en vragen opgepakt en werken aan een leidraad om de toediening van oncologische medicatie thuis én de bekostiging beter te regelen.

Methode
Vanuit de V&VN Oncologie is het initiatief genomen om betrokken verpleegkundigen vanuit V&VN Oncologie en V&VN Technische Thuiszorg Verpleegkundigen bij elkaar te brengen om samen te brainstormen.
Na deze bijeenkomst is vervolgens in een kleinere groep vanuit beide V&VN-afdelingen samen met twee bestuursleden gestart om bovenstaande situatie in kaart te brengen.
Door de samenwerking tussen V&VN Oncologie en V&VN Technische Thuiszorg Verpleegkundigen wordt de verplaatsing van oncologische zorg vanuit meerdere hoeken en expertisegebieden georganiseerd. Hierbij zullen beide afdelingen elkaar versterken. Tevens kan er rekening gehouden worden met de onderwerpen, die gevoelig liggen voor de verschillende afdelingen.
Tevens wordt de samenwerking met SONCOS, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS gezocht. Van daaruit kunnen vervolgens richtlijnen en normeringen worden vastgesteld.

Resultaat
Op dit moment zijn de werkprocessen vanuit de twee afdelingen van de V&VN beschreven en samengevoegd. Er is contact gezocht met SONCOS om te komen tot een bijpassende normering. Tevens is aan het strategieteam van V&VN gevraagd de vraag voor een passende financiering te agenderen.
Om van werkproces te komen naar richtlijn wordt samenwerking gezocht met de afdeling Richtlijnen van de V&VN.
Door samenwerking binnen en buiten de V&VN met verschillende betrokken partijen (V&VN Oncologie en V&VN Technische Thuiszorg Verpleegkundigen, SONCOS, zorgverzekeraars en ministerie van VWS) wordt er gewerkt aan landelijk gedragen beleid voor het verplaatsen van de oncologische zorg.
De werkgroep zal een uniforme richtlijn formuleren over de verplaatsing van de oncologische zorg naar de extramurale setting, waarin staat beschreven om welke zorg dit gaat, welke zorgverleners zijn betrokken en welke scholing zij moeten volgen en hoe de financiering van de zorg wordt gedaan. Een richtlijn, die voor de
oncologische patiënt bijdraagt aan verhoging van de veiligheid en kwaliteit van zorg, transparante en persoonsgerichte zorg.

Conclusie
Graag nemen we jullie op de Oncologiedagen mee in het proces en informeren we jullie over de laatste stand van zaken.

14:30

Pauze

parallel ronde 5

Van 15:00 uur tot 16:00 uur vindt parallel ronde 5 plaats. U kunt tijdens deze ronde uit de onderstaande sessies kiezen

5.1 Hoe evidenced- based is Follow-up / grenzen aan de nazorg

Voorzitter: Maarten van Elst

15:00

5.1.1 Follow-up langdurige overleving zaadbalkanker

Sandrien Weda, docent verpleegkunde, Hogeschool Utrecht

Biografie
Opgeleid in UMC Utrecht als hbo verpleegkundige, werkzaam geweest op verpleegafdeling Medische Oncologie. In 2020 afgestudeerd als Verplegingswetenschapper aan de Universiteit van Utrecht. Sinds april 2021 werkzaam als docent Verpleegkunde aan de Hogeschool Utrecht.

143-Weda-Sandrien

Sandrien Weda

15:30

5.1.2 Nazorg bij borstkanker

Sabine Siesling, senior onderzoeker, IKNL, Utrecht

Biografie
Sabine Siesling (1972) is klinisch epidemioloog en is geboren in Hengelo (Ov).
Ze is professor bij de afdeling Health Technology and Services Research van de Universiteit Twente en haar leerstoel is: ‘Outcomes Research and Personalized cancer care’ / Kankerzorg op maat. Daarnaast is ze senior onderzoeker bij het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), te Utrecht, alwaar de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) wordt beheerd. In haar onderzoek richt ze zich op het effect van interventies, zoals organisatie van zorg in zorgpaden, implementatie van richtlijnen of de inzet van nieuwe technologieën (o.a. apps) op de kwaliteit en de organisatie van de zorg, Hierbij maakt ze vaak gebruik van de gegevens in de NKR. Ze stimuleert en evalueert gepersonaliseerde (na-)zorg door het ontwikkelen van voorspellingsmodellen. Hiermee streeft ze na dat elke patient met kanker een zo passend mogelijke behandeling en nazorg krijgt met een zo optimaal mogelijke uitkomst: (ziektevrije) overleving en kwaliteit van leven.

147-Siesling-Sabine

Sabine Siesling

5.2 Neuro-oncologische sessie

Voorzitter: Rixt Bode

15:00

5.2.1 Advanced care planning in de neuro-oncologie

Anne Luteijn, verpleegkundig specialist, UMC Utrecht

5.3 Longcarcinoom

Voorzitter: Tineke Lammers

15:00

5.3.1 Hot Topics in longkankerland

Willemijn Theelen, longarts, Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, Amsterdam

Biografie
Willemijn Theelen is sinds 7 jaar werkzaam in het Antoni van leeuwenhouek ziekenhuis als longarts gespecialiseerd in thoracale oncologie. In 2020 rondde zij haar promotieonderzoek af getiteld “Exploring and Modulating the Tumor Immune Microenvironment; towards improving patient outcomes of immunotherapy in lung cancer”. Naast patientenzorg houdt zij zich bezig met onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen van immuuntherapie bij longkanker.

AVL-Mw W THeelen-3

5.4 Complementaire zorg

Danny Quadvlieg

15:00

5.4.1 'Complementaire zorg in de oncologie: wat moet je ermee?’

Martine Busch, directeur, Van Praag Instituut, Utrecht

Veel oncologiepatiënten maken gebruik van complementaire zorg, maar lang niet altijd bespreken ze dit met hun behandelteam. Hoe komt dat? Wat is er voor nodig om dit wel te bespreken? In deze sessie worden actuele ontwikkelingen genoemd – zoals een spreekuur integrative medicine in Rijnstate speciaal voor oncologiepatiënten – en wordt ingegaan op twee lopende (onderzoeks-)projecten. In de COMMON studie wordt samen met patiënten in 3 ziekenhuizen onderzocht welke behoeften er zijn rond complementaire zorg en wordt een toolkit ontwikkeld voor zowel zorgprofessionals als patiënten om op een veilige en effectieve manier complementaire zorg te bespreken en in te zetten. In het IMKA project werkt het Consortium Integrale Zorg en Gezondheid (bestaande uit 6 zorginstellingen) samen met het informatieplatform Kanker.nl om betrouwbare informatie over complementaire zorg toegankelijk te maken.

Biografie
Martine Busch is directeur van het Van Praag Instituut, dat zich richt op ontwikkeling en implementatie van complementaire zorg. Zij is betrokken bij meerdere onderzoeks/implementatieprojecten, gastdocent over dit thema op diverse verpleegkundige vervolgopleidingen, en is secretaris van het Consortium voor Integrale Zorg en Gezondheid (CIZG).

172-Busch-Martine

Martine Busch

5.5 Open abstracts

Voorzitter: Janneke Verloop

15:00

5.5.1 Patiënt-gerapporteerde symptoom monitoring bij patiënten met longkanker

Dr. Corina van den Hurk, onderzoeker post-doc, IKNL, Utrecht

Achtergrond. Patiënt-gerapporteerde uitkomstmaten (PROMs) worden steeds vaker gebruikt in onderzoek en in de dagelijkse oncologische praktijk, aangezien ze een aanvulling zijn op de (klinische) uitkomstmaten die door verpleegkundigen en artsen worden vastgelegd (Atinson, SuppCareCanc 2016). Een specifieke PROM zijn symptomen die tijdens de behandeling en in follow-up kunnen worden gerapporteerd met behulp van een app (Basch, JAMA 2017) In Nederland is eerst een pilotstudie naar symptoom monitoring uitgevoerd (van Eenbergen, SuppCareCanc 2019). Momenteel wordt het effect van symptoom monitoring op kwaliteit van leven van patiënten met longkanker onderzocht in de SYMptom monitoring with Patient-Reported Outcomes (SYMPRO) trial (Billingy, AnnOncol 2020) Daarnaast wordt het PRO-Lung project gestart waarin methoden en implementatie van symptoom monitoring in de dagelijkse oncologische praktijk worden doorontwikkeld (www.prolung.nl).
Doel. Gebruik van patiënt-gerapporteerde symptoom monitoring in de dagelijkse oncologische praktijk voor het verbeteren van de kwaliteit van zorg en de kwaliteit van leven van patiënten met (long) kanker.
Methode. Patiënten krijgen een account voor de mobiele website (‘app’), waarop zij de PROMs m.b.t. symptomen en kwaliteit van leven vanuit huis kunnen invullen. De symptomen worden uitgevraagd middels een standaard subset van vragen specifiek voor patiënten met longkanker. In de nieuwe versie van de app wordt tijdens systemische therapie de uitvraag gepersonaliseerd naar het specifieke middel door koppeling met bijwerkingenbijkanker.nl. De patiënten ontvangen direct na invullen een terugkoppeling van de resultaten. Ook de zorgverleners kunnen de resultaten inzien. Bij aanwezigheid van symptomen met een hoge ernst, frequentie en/of belemmering krijgen patiënten een alert-bericht waarin ze geadviseerd worden om contact op te nemen met de zorgverlener. De vragenlijsten zijn opgesteld met hulp van verpleegkundig specialisten en is aandacht geweest voor het beperken van de extra werkdruk voor zorgverleners.
Resultaten. De pilot studie in 7 ziekenhuizen liet zien dat symptoom monitoring toepasbaar is voor de Nederlandse oncologische praktijk. In de SYMPRO trial is de app geïmplementeerd in 13 ziekenhuizen. Er zijn momenteel 512 patiënten geïncludeerd. De gemiddelde leeftijd is 65 jaar en het merendeel is gemiddeld (63%) of hoog opgeleid (24%). Stadium verdeling van 1 tot 4 is 13%, 7%, 30% en 50% en 70% van de patiënten had systemische therapie of chemoradiatie op het moment van deelname.
Conclusie. Symptoom monitoring kan breed ingevoerd worden voor alle patiënten met longkanker en doorontwikkelingen dienen te richten op deelname van lager opgeleide patiënten.
Klinische relevantie. Doordat zorgverleners zicht hebben op het verloop van symptomen in de thuissituatie kan vroegtijdiger ingegrepen worden. Hierdoor hebben patiënten minder lang last van ernstige klachten en wat naar verwachting bijdraagt aan de kwaliteit van leven. De resultaten kunnen tijdens consulten gebruikt worden, waardoor symptomen die aandacht behoeven direct zichtbaar zijn. Om het gebruik te optimaliseren dient de werkwijze van de oncologische afdelingen aangepast te worden. Daarnaast is koppeling met het elektronisch patiëntendossier van groot belang voor het gebruik. Door in Nederland methoden voor symptoom monitoring af te stemmen en data te delen, kan symptoom management verder
verbeterd worden. De ontwikkelingen voor longkanker kunnen ook gebruikt worden voor andere vormen van kanker.

15:15

5.5.2 Neuropathie, informeren, herkennen en erkennen

Marga Schrieks, projectleider zeldzame kankers, NFK, Utrecht

1. Introductie/achtergrond. Mensen die kanker hebben of behandeld worden met chemotherapie of doelgerichte therapie, kunnen last krijgen van neuropathie. Maar hoe ervaren (ex)kankerpatienten dit? Zijn ze geïnformeerd over neuropathie en hoe gaan ze om met (kans op) neuropathie?

2. Onderzoekdoel – NFK heeft in het voorjaar van 2021 een Doneer Je Ervaring uitvraag gedaan. Ruim 3700 (ex)kankerpatienten hebben hun ervaring met neuropathie gedeeld. Van hen ervaart twee derde nog pijn aan handen als voeten en dit heeft ook invloed op hun dagelijks leven
3. Methode – Uitvraag onder (ex) kankerpatienten naar hun ervaringen. De vragenlijsten zijn uitgezet via kankerpatientenorganisaties, social media.

4. Resultaten – factsheet en rapportage Pijn, doof gevoel of tintelingen in handen of voeten bij kanker, wat is jouw ervaring? | NFK

5. Conclusies – (ex) Kankerpatiënten hebben soms nog jaren na hun behandeling last van neuropathie. Door de neuropathie ervaren zij beperkingen in hun dagelijkse activiteiten. De meesten hebben iets gedaan of geprobeerd om neuropathie te verminderen. Echter een behandeling voor neuropathie is er (nog) niet. Van belang is dat mensen voor de behandeling worden geïnformeerd over de kans op neuropathie door hun zorgverleners. Zodat zij gedurende de behandeling, maar ook daarna de klachten herkennen en erkennen.

6. Literatuur

7. Aanbevelingen/klinische relevantie
• Van belang is dat mensen voor de behandeling worden geïnformeerd over de kans op neuropathie. Zodat zij gedurende de behandeling, maar ook daarna de klachten herkennen en erkennen.
• Meer bekendheid over neuropathie. NFK heeft in april een persbericht gedeeld in de media, maar zal ook via social media, tijdschrifte, symposia ed meer aandacht vragen voor neuropathie.
• Meer onderzoek naar neuropathie. NFK gaat samen met onderzoeker van de PROFIELstudie kijken of er aanknopingspunten zijn voor vervolgonderzoek.

15:30

5.5.3 Een 6-staps benadering van bijwerkingen

Christine Boers-Doets, bijwerkingen specialist, CancerMed Bijwerkingen Instituut

Introductie
Een aanzienlijk aantal patiënten op targeted antikanker therapie (TT) kan hun behandeling niet voltooien zoals gepland, vanwege ernstige of aanhoudende bijwerkingen die verband houden met deze middelen en die de klinische uitkomst kunnen beïnvloeden. Een effectieve aanpak van bijwerkingen is nodig om patiënten te helpen de behandeling te voltooien zoals gepland.

Doelstelling
Het doel van dit onderzoek was om een meer gedetailleerde beschrijving van de bijwerkingen te identificeren, zodat beschikbare behandelingsopties gerichter kunnen worden ingezet, met als gevolg een vermindering van dosisaanpassingen en continuering van de antikanker behandeling.

Methode
In deel I werden de medische dossiers en klinische onderzoeksprotocollen van oncologiepatiënten op TT doorzocht. Wij hebben geëxploreerd welke termen worden gebruikt om bijwerkingen te beschrijven en hebben de ontbrekende informatie voor een gedetailleerde bijwerkingen-diagnose gedocumenteerd.
In deel II werden de in deel I geïdentificeerde kernitems toegepast op patiënten met bijwerkingen van TT en werd geregistreerd of patiënten hun behandeling konden voltooien zoals gepland.

Resultaten
In deel I identificeerden wij zes kernitems van bijwerkingen, die werden georganiseerd in zes TARGET-stappen: terminologie, assessment, rapportage, gradering, educatie en therapie. In deel II werden de bijwerkingen van 262 patiënten benaderd volgens de geïdentificeerde zes TARGET-stappen. Bij aanvang werden in totaal 1.516 bijwerkingen gemeld. De meest voorkomende bijwerkingen van patiënten en vragenstellers waarvoor in het onderzoek om advies werd gevraagd, waren droge huid, branderig gevoel, pruritus en droge mondholte; 244 (16,1%), 201 (13,3%), 193 (12,7%) en 102 (6,7%) respectievelijk. 98% van de bijwerkingen waren binnen 48 uur na de behandeling van bijwerkingen afgenomen van matig of ernstig tot geen of licht. Er werden geen dosisaanpassingen van de kankerbehandeling uitgevoerd.

Conclusies
Initiatie van de meest adequate bijwerkingen behandeling is waarschijnlijker als de 6 stappen van de TARGET-strategie worden doorlopen.

Literatuur
1. Boers-Doets CB (2014) The Target System – Approach to assessment, grading, and management of dermatological & mucosal side effects of targeted anticancer therapies. Impaqtt, Wormer
2. Boers-Doets CB and Epstein JB. “Initiation of the Most Appropriate Adverse Event Treatment is More Likely to Occur if the 6 Steps of the TARGET Strategy are Taken”. Acta Scientific Cancer Biology 5.1 (2021): 18-27.
Aanbevelingen
Als je de kans van slagen om bijwerkingen van TT onder controle te krijgen wilt vergroten, kan de 6-staps TARGET benadering hiervoor ingezet worden.

15:45

5.5.4 De impact van vaatirritatie door anthracycline bevattende chemotherapie Een kwalitatief onderzoek naar ervaringen van patiënten met borstkanker

Amy de Mooij, verpleegkundig specialist, Haaglanden Medisch Centrum, Den Haag

INTRODUCTIE
Anthracycline bevattende chemotherapie kan vaatirritatie veroorzaken. Vaatirritatie kan leiden tot flebitis. Flebitis is een ontstekingsreactie van de ader op de infusieplaats. Deze ontstekingsreactie kan lichamelijke en psychosociale klachten geven. Onduidelijk is hoe borstkanker patiënten deze klachten ervaren.
DOEL
Inzicht krijgen in de ervaringen van borstkankerpatiënten en de effectiviteit van interventies met betrekking tot chemotherapie gerelateerde flebitis door perifere infusie, teneinde de zorg voor deze patiënten te verbeteren.
METHODE
Kwalitatief onderzoek door middel van semigestructureerde interviews onder zestien vrouwen met primaire borstkanker behandeld met combinatie chemotherapie in de vorm van doxorubicine en cyclofosfamide (AC) en een vrouw met gemetastaseerde borstkanker behandeld met wekelijks lage dosis doxorubicine.
RESULTATEN
Alle respondenten geven aan pijn te ervaren aan het bloedvat tijdens of na het prikken van het perifere infuus. Naast pijn noemen respondenten ook andere klachten zoals blauwe plekken, harde aders, verkleuring van de huid, zwelling en rode plekken. Respondenten geven aan angst te ervaren voor 1. het prikken van het infuus, 2. de onwetendheid van de klachten en 3. de eventuele blijvende schade. Mogelijke effectieve interventies ter reductie of preventie van klachten zijn volgens de respondenten voorlichting, het afwisselen van de infuusarm en het bespreken van een Peripherally Inserted Central Catheter (PICC).
CONCLUSIE
Borstkankerpatiënten ervaren chemotherapie gerelateerde flebitis ontstaan door perifere infusie van anthracycline bevattende chemotherapie als onaangenaam. Vooral pijn en de aanwezigheid van deze pijn in de dagelijkse bezigheden vinden de respondenten naar. Op psychosociaal vlak spelen angst en onzekerheid op lange en korte termijn een rol.
LITERATUUR
In slechts 3 van de 17 geselecteerde artikelen over klachten van flebitis wordt gesproken over de psychosociale impact van flebitis. Vanwege het kwantitatieve karakter van deze studies is het onduidelijk wat de hevigheid en ervaring van deze ontstane flebitis is. Eveneens blijkt dat voor chemotherapie gerelateerde flebitis nog weinig oplossingen effectief zijn.
AANBEVELINGEN
De informatie over mogelijke klachten van vaatirritatie en het afwisselen van de infuusarm toevoegen aan de informatievoorziening voorafgaand aan anthracycline bevattende chemotherapie.
Overweeg samen met de patiënt om een PICC-lijn te plaatsen voor start chemotherapie afgestemd op de wensen en behoefte van de individuele patiënt.

16:00

Pauze

parallel ronde 6

Van 16:30 uur tot 17:30 uur vindt parallel ronde 6 plaats. U kunt tijdens deze ronde uit de onderstaande sessies kiezen

6.1 Samen Beslissen ook bij Beperkte Gezondheidsvaardigheden?

Voorzitter: Danny Quadvlieg

16:30

Samen Beslissen ook bij Beperkte Gezondheidsvaardigheden?

Maaike Schuurman, NFK/BVN & Geesje Tomassen, trainer I projectleider I adviseur laaggeletterdheid I gezondheidsvaardigheden, Pharos, Utrecht

Samen beslissen gebeurt al, maar kan nog veel meer. Willen alle patiënten samen beslissen? Welke rol kan de verpleegkundige innemen in dat samen-beslissen-proces? En kunnen alle patiënten samen beslissen? Twijfel je wel eens of een patiënt wel mee kan doen in dat samen beslissen proces? Allemaal vragen die in deze workshop beantwoord worden. We vertellen kort de theorie van samen beslissen, de rol van de verpleegkundige en wat beperkte gezondheidsvaardigheden zijn. Vervolgens ervaar je hoe je mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden kan ondersteunen in hun samen-beslissen-proces. En als je je realiseert dat ongeveer één op de drie Nederlanders beperkt gezondheidsvaardig is, dan komen zij ook regelmatig in jou spreekkamer. Herken jij ze? Van harte uitgenodigd!

Biografie Geesje Tomassen
Gespecialiseerd in laaggeletterdheid en gezondheidsvaardigheden. Zelfstandig trainer, projectleider en adviseur.

Biografie Maaike Schuurman
Mensen ondersteunen in zelfregie – waardoor ze meer grip ervaren op hun situatie en weer (meer) actief kunnen bijdragen aan een betere kwaliteit van hun leven – is mijn passie en werk. Bij Borstkankervereniging Nederland (BVN) heb ik me de afgelopen jaren toegelegd op Samen Beslissen en informeer, inspireer en ondersteun ik zowel zorgverleners als patiënten hierover en -bij. Het geven van presentaties en trainingen en het bijdragen aan de ontwikkeling van tools (zoals keuzehulpen en B-bewust.nl) hoort hier ook bij.

164-Tomassen-Geesje

Geesje Tomassen

635-Schuurman-Maaike

Maaike Schuurman

6.2 Prostaat carcinoom

Voorzitters: Gea Ypenga

16:30

6.2.1 Kwaliteit van leven na prostaatkankerbehandeling met curatieve opzet: bevindingen van het Utrecht Prostaat Cohort

Freek Teunissen, promovendus, UMC Utrecht

Biografie
Ik ben als arts-onderzoeker verbonden aan de afdeling radiotherapie van het UMC Utrecht. In samenwerking met de afdeling urologie van het St. Antonius ziekenhuis en de afdeling urologie van het UMC Utrecht doe ik onderzoek naar de innovatieve behandeling van prostaatkanker, met name door middel van MRI-gestuurde bestraling.

181-Teunissen-Freek

Freek Teunissen

16:30

6.2.2 Gebruik botversterkers bij protaatkanker met hormonale behandeling

Daniëlle Bout, Verpleegkundig specialist, Isala, Zwolle

Onze botten worden in de loop van het leven brozer. Na het 45e levensjaar is de botafbraak groter dan de botaanmaak, dit kan ertoe leiden dat er osteoporose ontstaat. Onder invloed van te weinig belastende beweging, te weinig vitamine D en calcium en een veranderende hormoonhuishouding kan dit proces sneller gaan. Bij de behandeling van prostaatkanker wordt vaak gebruik gemaakt van anti-hormoon therapie, waardoor bij mannen de testosteron onderdrukt wordt. Dit heeft invloed op de botkwaliteit. In de presentatie zal hierover meer uitleg worden gegeven.

Biografie
1996- 1999 geneeskundig verzorger binnen de landmacht.
1999-2003 HBO-V
2004- 2012 dialyseverpleegkundige
2012- 2019 verpleegkundige osteoporosezorg
2019- 2021 VioS osteoporosezorg en osteogenesis imperfecta
2021 Verpleegkundig specialist osteoporosezorg en osteogenesis imperfecta

168-Bout-Danielle

Daniëlle Bout

V(io)S osteoperose polikliniek

6.3 Seksualiteit en intimiteit

Voorzitter: Maarten van Elst

16:30

Seksualiteit en intimiteit

Petri Oost, oncologieverpleegkundige urologie / specialistisch verpleegkundige seksuologie, Tergooi ziekenhuis, Blaricum/Hilversum

Biografie
In 2010 ben ik binnen Tergooi Hilversum begonnen aan mijn verpleegkundige opleiding. Sinds 2013 ben ik werkzaam op de polikliniek urologie en na het behalen van mijn opleiding urologische oncologie ben ik mij gaan specialiseren in de seksuologie. De combinatie van deze functies sluiten naadloos op elkaar aan omdat ik dagelijks in gesprek ga met patiënten die te maken hebben met een urologische oncologie aandoening. In juni van dit jaar heb ik met goed gevolg mijn HBO-V opleiding afgerond en ben september jl. begonnen aan de opleiding Verpleegkundig specialist urologische oncologie/ seksuologie.

323-Oost-Petri

Petri Oost

6.4 E-voorlichting bij mammacarcinoom

16:30

N.I.P. Nationaal Initiatief Patiëntenvoorlichting

Carlo Schippers, verpleegkundig specialist UMC Utrecht en mede eigenaar Patienentenbegrijpen.nl & Michiel de Klein, Patienentenbegrijpen.nl

17:30

Borrel